Home 

  PALEONIEUWS

  fOSSIELEN

  tHEORIEEN

  onze familie

  historie

  gEOGRAFIE

  ONTSPANNING

  NASLAG

  sHOP



Wat is RSS?

 
 
De Amfibische Mensaap Hypothese
De Amphibious Ape Hypothesis (AAH) is ontwikkeld door Marc Verhaege en is sterk verwant aan de Aquatic Ape Theorie. Onderstaande vertaling van de hypothese is in samenwerking met Marc tot stand gekomen. Marc heeft naast dit stuk ook een boek geschreven over dit onderwerp: "In de beginne was het water" (Hadewijch, Antwerpen, 1997).


Liepen de voorouders van chimpansees en gorilla’s op twee benen?

De Amfibische Mensaap Hypothese


Geschreven door Marc Verhaegen & Norman K. McPhail

 

Uittreksel - Wij mensen zijn maar vreemde primaten. Anatomisch gezien verschillen wij meer van onze neven de chimpansees en gorilla's dan zij van elkaar verschillen. Toch moeten onze voorvaderen binnen dezelfde biologische beperkingen zijn geŽvolueerd als alle andere zoogdieren. Het is dus waarschijnlijk dat zij een aantal aanpassingen hebben ondergaan die hebben geleid tot onze unieke lichamelijke eigenschappen en het unieke gedrag dat wij vandaag de dag tentoonspreiden. Dit alles zegt ons echter nog niets over de vraag hoe en waarom wij zijn zoals wij zijn.

Om deze vraag te beantwoorden lijkt het ons handig om onze eigenschappen en die van de hominiden te vergelijken met die van andere dieren. Daarom zijn we begonnen aan een systematische studie van parallelle of convergerende aanpassingen van andere dieren in gelijke leefomgevingen.

In de laatste paar jaren zijn er nieuwe manieren ontdekt om op deze manier wetenschappelijk bewijs te verzamelen. Door de technische ontwikkeling in onze databaseprogramma's kunnen wij onze groeiende schat aan gegevens beter compileren en vergelijken. Echter, als wij alle gegevens bekijken, moeten wij constateren dat ze nog zeer incompleet zijn. Toch vinden wij dat de vergelijkende methodologie ons nieuwe manieren verleent om de aanwezige gegevens te interpreteren. Het is zelfs zo dat, als wij de gegevens die wij hebben vergelijken, wij een grove schets kunnen maken van wat er met onze voorouders de laatste paar miljoen jaren is gebeurd. Dit alles heeft ons geholpen om nieuwe inzichten te ontwikkelen, waarvan wij denken dat zij meer licht kunnen gaan schijnen op de evolutionaire geschiedenis van onze menselijke voorouders.
Het resultaat van dit alles is dat wij nu voorstellen dat het geheel aan beschikbare gegevens suggereert dat de laatste gemeenschappelijke voorouder van de gorilla's, de chimpansees en de mens waarschijnlijk in het bos leefde. Verrassend genoeg lijken de gegevens ook te suggereren dat, meer dan zes miljoen jaar geleden, zij een gedeelte van de tijd op hun achterpoten liepen. De vraag blijft dan nu nog: Waarom begon onze laatste gemeenschappelijke voorouder op twee benen te lopen?



De "Waad" Hypothese -De meeste primaten zijn vierbenige boombewoners met bewegelijke gewrichten en ledematen. Zij kunnen dus hun ledematen uitstrekken om takken te grijpen en zo door bomen te klimmen en springen. Dankzij deze flexibele manier van voortbewegen kunnen zij ook op twee benen lopen door hun knieŽn en heupen te strekken. Sterker nog, de meeste primaten lopen ook op twee benen als zij door het water waden. Zij schijnen een voorkeur te hebben voor deze "lineaire houding" als zij eens een rivier over moeten steken, of door een moeras moeten waden. Neem als voorbeeld de westelijke laaglandgorilla's, af en toe zien wij hen op hun achterpoten door het bosmoeras waden. Zij doen dit als zij hun dieet, dat voornamelijk bestaat uit fruit en planten die op het land groeien (Terrestrial Herbaceous Vegetation), aanvullen met bepaalde waterplanten (Aquatic Herbaceous Vegetation).

Ook de neusapen, die in de mangrovebossen leven, moeten door het water als zij van de ene mangrove naar de andere willen. Niet geheel verrassend lopen zij ook op slechts twee benen als zij deze tochtjes maken. Soms zelfs gebruiken zij deze mensachtige manier van voortbewegen op droge grond.

Deze tweebenige "waadpas" wijkt af van het hippen op twee benen wat sommige primaten gebruiken als zij zich op de grond voortbewegen. Bij dit hippen hebben de dieren hun knieŽn en heupen gebogen in plaats van de meer verticale houding die de voorkeur heeft bij het waden. Het voordeel van een verticale waadhouding is dat het de dieren in staat stelt hun lichaam, armen en hoofd zo ver mogelijk boven het water te houden. Ook stelt het hen in staat diepere stukken water te overbruggen.

In voor- en tegenspoed schatten de meeste antropologen nog steeds het begin van tweebenigheid zo rond de tijd van de oudste gevonden fossielen. Tot een paar jaar terug concludeerden zij dan ook, kijkend naar de schaarse fossielen, dat het zon vier miljoen jaar geleden begon op de savanne. Door recente studies en de vondst van de fossielen van Australopithecus ramidus en Australopithecus anamensis zijn zij echter van gedachten veranderd. De meeste wetenschappers zijn het er nu over eens dat tweebenigheid eerder begon, in een bosrijke omgeving.

Dit alles suggereert dat de vroegste hominiden wel eens gedeeltelijk op twee benen kunnen zijn gaan lopen terwijl zij in een bos- en waterrijke omgeving leefden. Zij zouden de typische tweebenige waadpas wel eens kunnen hebben aangenomen in een bosrijk gebied, zoals een moeras of een mangrovebos, wat in bepaalde seizoenen of bij hoog tij onder water liep. Wij denken echter dat, hoewel de laatste gemeenschappelijke voorouder een frequente wader was, hij toch waarschijnlijk de bomen gebruikte als schuil- en slaapplaats en dat hij daar ook zijn eten verzamelde.

Wij denken dat verschillende onafhankelijke onderzoeken in overlappende onderzoeksgebieden nu voornamelijk een vroege associatie met de mangrovebossen aantonen. Een van deze onderzoeken was een vergelijkende analyse van de dikte van het glazuur op fossiele tanden, het slijtagepatroon en het vermoedelijke dieet. Een ander onderzoek heeft gekeken naar het gebruik van gereedschap onder dieren en hun hersengrootte en ook de geografische verspreiding van levende en fossiele mensaapsoorten.


Fossiele Mensapen - In vroeger tijden dacht men dat alleen de mens en zijn veronderstelde fossiele verwanten de australopitheken tot de groep "hominiden" behoorden. Vergelijkend onderzoek naar het DNA van verschillende mensaapsoorten heeft er echter voor gezorgd dat de meeste antropologen hun gedachten over de hominide stamboom hebben veranderd. Vroeger deelde men de chimpansees en de gorilla's in bij de pongiden. Tegenwoordig deelt men ze in bij de mens in de hominiden groep. Dit betekent dat de Aziatische orang-oetans de enige pongiden blijven samen met hun veronderstelde naaste verwanten Sivapithecus en Gigantopithecus. (Zie ook de New Scientist van 29 maart, 1998, p 18, Human origins thrown into doubt.)

Deze moleculairbiologische gegevens suggereren ook dat de pongiden (orang-oetans) en de hominiden (de mens, chimpansees en gorilla's) zo ongeveer tien tot twaalf miljoen jaar geleden uit elkaar gingen. Op hun beurt splitsten de voorouders van de gorilla's zich zon zes tot acht miljoen jaar geleden af van die van de chimpansees en de mens. Uiteindelijk werden ook de mens en de chimpansees twee verschillende soorten.

Vandaag de dag komen zowel de hylobatiden (gibbons en siamangs) als de pongiden (orang-oetans) alleen voor in AziŽ. De vandaag de dag levende hominiden komen allemaal uit Afrika. Zon tien miljoen jaar geleden echter was de geografische verspreiding van de inmiddels uitgestorven mensapen heel anders. De fossiele soorten die het meest op de mensapen van nu lijken, zoals Dryopithecus, Sivapithecus, Ouranopithecus en de Ankarapithecus leefden toen allemaal in EuraziŽ.

Dit gegeven suggereert dat de pongiden en de hominiden ergens in Eurazi uit elkaar gingen voordat de hominiden Afrika in gingen. Het is dus aannemelijk dat de eerste hominidenpopulatie zich ergens in de mangrovebossen tussen Eurazi en Afrika in heeft geconcentreerd. Het gebied in de buurt van de Middellandse Zee en de Rode Zee.


Volgende pagina: Voorouderlijk dieet