eerste vondsten- Afrika's eerste fossiele hominide werd in 1923 gevonden op een locatie die toen Broken Hill heette (Nu Kabwe) in het tegenwoordige Zambia. Het fossiel leek vrij modern en werd gedateerd op ongeveer 150.000 jaar oud en wordt tegenwoordig gezien als een Homo heidelbergensis. In die tijd waren er al oudere fossielen bekend uit Azië en dus voldeed het aan het beeld dat wetenschappers in die tijd hadden van onze evolutie, namelijk dat deze was begonnen in Azië en dat de mens daarna was uitgespreid over Europa en Afrika.
Een jaar later kondigde Raymond Dart, een professor anatomie aan
de universiteit van Witwatersrand, aan dat hij een nieuwe
menselijke voorouder had ontdekt. Hij had van de opzichter van
een leisteengroeve, nabij Taung, een heel klein schedeltje
gekregen van een onvolwassen aapachtig wezentje. Hij noemde het Australopithecus africanus oftewel Zuidelijke mensaap uit
Afrika. Dart beschreef zijn vondst in het wetenschappelijke blad
Nature, maar het duurde een jaar voordat hij afgietsels van zijn
vondst naar zijn collega's stuurde. Met alleen een paar foto's
om Darts vondst te bestuderen waren de meest vooraanstaande
biologen niet erg onder de indruk. Omdat er verder in Afrika
weinig belangrijke fossielen waren gevonden dachten zij dat het
waarschijnlijk om een uitgestorven voorouder van de mensapen
ging en zij besteden er dan ook weinig aandacht aan.
![]() |
Meer weten over Raymond Dart en
zijn vondst van het Taung kind? Klik hier. |
Robert Broom - Er was echter een man die wel geloofde dat Darts Taung kind,
zoals men het wezentje noemde, een menselijke voorouder was.
Zijn naam was Robert Broom. Darts eerste contact met de
excentrieke Broom was toen deze Darts laboratorium binnen
stormde en op zijn knieën viel in ere van deze voorouder van de
mensheid. Broom was een huisarts annex fossielenjager met een
ietwat dubieuze reputatie. Hij altijd met iedereen ruzie, zelfs
met zijn klanten van het British Museum, die nadien geen zaken
meer met hem wouden doen. Broom was er van overtuigd dat de
mensheid uit Afrika kwam en was naarstig op zoek naar fossielen
om zijn theorie te onderbouwen. Twaalf jaar na de ontdekking van
het Taung kind kreeg Broom een gehavende schedel in handen die
van een volwassen Australopithecus bleek te zijn. Steenhouwers
hadden het fossiel in een van de leisteengroeves gevonden. Broom
noemde zijn vondst Plesianthropus transvaalensis, maar later
bleek dat het een volwassen Australopithecus africanus was.
Twee jaar later was het weer raak voor Broom. Deze nieuwe
schedel was veel robuuster dan de eerdere vondsten, hij noemde
het Paranthropus robustus. Met al deze nieuwe vondsten, begon de
wetenschap zich meer op Afrika te richten. Meer en meer
fossielen werden in Zuid-Afrika gevonden en veel van deze werden
geëerd met hun eigen geslachts- en soortnaam. Zo had men
Australopithecus africanus, Plesianthropus transvaalensis,
Paranthropus robustus, Australopithecus prometheus en
Paranthropus crassidens.
In de vijftiger jaren werd besloten dat de fossielen van deze
verschillende geslachten te weinig van elkaar verschilden om
deze diversiteit in benaming te rechtvaardigen. Men besloot al
deze fossielen in een geslacht onder te brengen. Er ontstonden
zo twee soorten de robuuste Australopithecus robustus waar
Broom's Paranthropus onder viel, en de lichter gebouwde
Australopithecus africanus (Om het allemaal nog ingewikkelder te
maken, tegenwoordig groeperen de meeste experts Australopithecus
robustus weer in het geslacht Paranthropus).
De Afrikaanse fossielen werden steeds belangrijker, maar hun
leeftijd bleef een groot vraagteken. De fossielen die in Afrika
gevonden werden kwamen bijna allemaal uit leisteengrotten. Na
zware regenval liepen deze grotten vol met regenwater, zand en
andere rotzooi. De overblijfselen van onze voorouders konden
eerst wel kilometers ver door het regenwater meegesleurd zijn
voordat zij in de grotten terechtkwamen. Zij konden dus niet
worden gedateerd door naar de omgeving te kijken. Het duurde tot
de vijftiger jaren tot men fossielen vond die wel goed te
dateren waren.
Olduvai Gorge - Louis Leakey en zijn vrouw Mary waren fossielenjagers in Tanzania. Zij zochten jaar in jaar uit de afzettingen in de Olduvai Gorge af op zoek naar menselijke fossielen. Na al die jaren hadden zij een indrukwekkende collectie stenen werktuigen opgebouwd, maar nooit hadden zij de mogelijke maker van deze werktuigen gevonden. Toen in 1958 vonden zij een schedel. Tot Louis' ontzetting had de schedel veel weg van een robuuste Australopithecus. Hij was er van overtuigd dat zijn werktuigen gemaakt waren door een lid van ons eigen geslacht Homo. Dit kon dus niet de lang verwachte werktuigmaker zijn. Hij noemde de vondst Zinjanthropus boisei, een controversiële naam aangezien de meeste onderzoekers dachten dat hij behoorde de soort Australopithecus robustus. De fossielen werden gedateerd op ongeveer 1,8 miljoen jaar oud. In de jaren daarna werden er in Olduvai meer en meer fossielen gevonden. Deze waren over het algemeen minder robuust dan Zinjanthropus, die inmiddels omgedoopt was tot Australopithecus boisei. In 1964 kwam Louis Leakey tot de omstreden conclusie dat deze lichtgebouwde hominiden tot het geslacht Homo behoorden. Hij noemde ze Homo habilis (Handige mens, omdat hij dacht dit de werktuigmakers waren). De fossielen waren ongeveer 1,75 miljoen jaar oud. Zijn beslissing om deze fossielen in het geslacht Homo te plaatsen werd hevig bekritiseerd, de benaming leek meer geïnspireerd door de gedachte dat alleen de mens in staat was werktuigen te maken, dan de fossielen zelf. Door de jaren heen is de soort Homo habilis omstreden gebleven, dit leidde er zelfs toe dat de soort later werd opgesplitst in drie soorten; Homo rudolfensis, Homo habilis en Homo ergaster.
![]() |
Wil je weten waar
Olduvai Gorge en
andere vindplaatsen precies liggen? Bezoek dan Eden's kaartencentrum. |
Het Gouden Decennium - In 1967 ging Richard Leakey, de zoon van Louis, mee met een expeditie naar het Omo bekken in Ethiopi. De Ethiopische keizer Haile Selassie was een beetje jaloers geworden op de fossielencollectie van het nabij gelegen Tanzania. Hij nodigde een team van Amerikaanse, Franse en Keniaanse antropologen uit om in zijn land naar fossielen te zoeken. Hoewel er in Omo niet veel fossielen gevonden zouden worden, bleek de locatie een droom voor elke geoloog. Omo's statiegrafische lagen bleken zeer goed te dateren, hetgeen een geografische kaart opleverde die zou helpen bij het dateren van locaties in grote delen van Afrika. Richard was echter ontevreden over de taakverdeling binnen het team en besloot te vertrekken. Het trok met het Keniaanse team naar Kenia. Daar aan de oevers van aan de oevers van het Rudolf meer (later omgedoopt tot het Turkana meer) begon hij naar fossielen te zoeken. Het duurde "slechts" twee jaar voor zij de eerste hominiden vonden. In afzettingen van ongeveer 2,6 miljoen jaar oud vond Richard twee schedels. Een daarvan classificeerde hij als Australopithecus boisei, de andere als Homo habilis. Dit betekende dus dat het geslacht Homo meer dan 2,5 miljoen jaar oud was.
In 1972 werd er in Turkana een opmerkelijke vondst gedaan. Het
team van Leakey vond daar een bijna geheel complete schedel van
een Homo habilis. Als er nog twijfel bestond over habilis als
een soort, dan werd deze door deze 2,6 - 2,9 miljoen jaar oude
KNM-ER 1470 (catalogusnummer van Keniaanse Nationaal Museum)
weggenomen. ER 1470 werd zelfs het type exemplaar van de soort,
dat is het exemplaar dat de eigenschappen vertoond waaraan
andere fossielen moeten voldoen willen zij worden toegelaten
binnen de soort (Tekenend voor de onenigheid binnen de
antropologische gemeenschap over wat nou precies een Homo habilis is, is dat ER 1470 tegenwoordig toch als Homo rudolfensis wordt geclassificeerd). ER 1470 had een grote
herseninhoud (775 cc vergeleken met de 400 - 450 cc van de
australopitheken), wat Louis Leakey zag als bewijs voor zijn
stelling dat het een Homo was. Tot zover hebben we twee soorten
van het geslacht Australopithecus in Zuid-Afrika, Homo habilis
in Oost Afrika samen met Australopithecus boisei en een
collectie lichter gebouwde Australopithecus fossielen (ook wel
graciele Australopitheken genoemd).
![]() |
Bekijk
de ER 1470 schedel die Richard Leakey in 1972 vond. |
In dat zelfde jaar trok een ander teamlid van de Omo expeditie,
Donald Johanson, met een eigen team naar Hadar in de Afar
triangel van noord Ethiopi. De Franse geoloog Maurice Taieb had
daar 3 miljoen jaar oude afzettingen gevonden met daarin veel
dierlijke fossielen. Deze locatie zou een van de belangrijkste
vindplaatsen worden in de wereld van de paleoantropologie. In
1974 vond Donald Johanson, terwijl hij een collega de weg wees
naar een van de locaties in Hadar, een aantal menselijke
fossielen. De vondst bleek het skelet te zijn van een
Australopithecus, dat maar liefst voor 40% compleet was. Donald
noemde zijn vondst Lucy, naar een liedje van de Beatles dat zij
daar vaak draaiden. Lucy is tot op de dag van vandaag nog altijd
een van de belangrijkste vondsten ooit gedaan. Het leidde tot de
creatie van een nieuwe soort: Australopithecus afarensis. De
soort afarensis werd een combinatie van fossielen die in Hadar
waren gevonden, samen met een aantal fossielen uit Laetoli,
nabij de Olduvai Gorge in Tanzania. Het jaar daarop vond Johanson nog meer afarensis fossielen. Dit waren fragmenten van
verschillende individuen, die hij gezamenlijk de First Family
(Eerst familie) noemde. 1975 werd het laatste jaar van de
opgravingen in Hadar, de politieke situatie daar verslechterde
wat verder veldwerk de eerste tien jaar onmogelijk maakte.
![]() |
Meer weten over Lucy? Klik hier. |
In de tussentijd werd er in Laetoli doorgewerkt, en meer afarensis fossielen werden gevonden. Het was echter niet het
harde werk dat de grootste vondst opleverde, maar een spelletje
dat de antropologen in hun vrije tijd speelden. Zij gooiden met
de uitwerpselen van olifanten naar elkaar. Terwijl Andrew Hill
wegdook om een van deze projectielen te ontwijken, deed hij de
ontdekking van zijn leven. Hij vond een spoor van 3 miljoen jaar
oude, gefossieleerde voetsporen, gemaakt door een drietal
hominiden (waarschijnlijk afarensis). Terwijl bij mensen alle
tenen naast elkaar staan, staat bij de chimpansee de grote teen
in een iets andere hoek (zoals bij ons de duim). Bij de
voetstappen van Laetoli, stonden alle tenen naast elkaar.
Aan het einde van de jaren zeventig hadden we dus
Australopithecus africanus en robustus in Zuid-Afrika,
Australopithecus boisei en Homo habilis in Olduvai (Tanzania)
en nabij het Turkana meer (voorheen het Rudolf meer) in Kenia
en Australopithecus afarensis in Hadar (Ethiopi) en Laetoli
(Tanzania).
Volgende pagina: Meer fossielen uit Oost Afrika







