Home 

  PALEONIEUWS

  fOSSIELEN

  tHEORIEEN

  onze familie

  historie

  gEOGRAFIE

  ONTSPANNING

  NASLAG

  sHOP



Wat is RSS?

 
 
Vondsten in AziŽ
Het was een Nederlander, Eugene Dubois, die de eerste Aziatische fossielen in IndonesiŽ vond. Sindsdien zijn er ook in China veel fossielen gevonden. De bekendste van deze zijn de Peking mens fossielen. Maar er zijn er meer.


Java Mens Het verhaal over de vondst van het eerste homide fossiel begint in Nederland bij de tamelijk excentrieke Eugene Dubois. Dubois was leraar anatomie aan de universiteit van Amsterdam tot hij in 1887 zijn werk opzegde en huis en haard achter liet om op weg te gaan naar het toenmalige Nederlands IndiŽ (tegenwoordig IndonesiŽ). Zijn doel? Het vinden van een menselijke voorouder. Nu was er in AziŽ zogezegd nog nooit een hominide gevonden, dus de gok die Dubois nam was enorm. Zijn enige houvast was de voorspelling van de befaamde Duitse zooloog, Ernst Haeckel, dat er in AziŽ een voorouder gevonden zou worden.

Haeckels voorspelling was gebaseerd op het feit dat veel van de huidige talen in Europa en AziŽ hun oorsprong hebben in het Sanskriet. Sanskriet is een grotendeels uitgestorven taal die zijn oorsprong heeft op het Indische subcontinent. De Indo-Europese of Arische theorie die eind negentiende eeuw erg populair was luidde dat beschaving (en dus taal) was ontstaan in AziŽ en dat de huidige bewoners van Europa voortkwamen uit een volk wat in die regio leefde. Hoewel in de wetenschappelijke wereld deze theorie in het begin van de twintigste eeuw verworpen werd zouden deze ideeŽn de basis vormen voor het gedachtegoed van het Derde Rijk.

Daarnaast hadden Darwin en Russel Wallace beargumenteerd dat onze voorouders in een tropische omgeving leefden, en het kon toch niet zo zijn dat onze nobele voorouders uit donker Afrika kwamen? Racisme speelde een belangrijke rol in het evolutionaire denken van die tijd. Een derde punt was dat er in Nederlands IndiŽ twee van de vier mensapen woonden, de gibbon en de orang-oetan. Veel vooraanstaande paleontologen van die tijd beschouwden AziŽ daarom als het eden van de mensheid. Met dit soort voorspellingen mag het een wonder heten dat wij vandaag de dag de naam Dubois kennen en nog een groter wonder dat wij hem kennen vanwege zijn vondst van hominide fossielen.

Dubois meldde zich aan bij het leger en werd als officier van gezondheid 2e klasse uitgezonden naar Nederlands IndiŽ. Eenmaal daar aangekomen kreeg hij zijn superieuren zover dat ze hem twee korporaals en een handjevol gedetineerden ter beschikking stelden om te zoeken naar menselijke fossielen. Dubois begon op Sumatra, maar had weinig succes. Hij verplaatste zijn expeditie naar Java en daar, aan de oevers van de Solo rivier, had hij meer succes. In 1891 vond het team van Dubois een tand en later een schedeldak van een hominide. Het jaar daarop vond hij ook nog een dijbeen, vermoedelijk van dezelfde leeftijd (Dubois team van gedetineerden werkte niet altijd even nauwkeurig, wat het dateren van de fossielen een moeilijke zaak maakt).

Haeckel had niet alleen de vondst correct voorspeld, hij had er ook al een naam voor bedacht: Pithecanthropus. Dubois besloot uit respect voor Haeckel deze naam te handhaven en omdat het dijbeen van de hominide er op wees dat deze rechtop had gelopen gaf Dubois hem de soortnaam erectus. De Pithecanthropus erectus die Dubois had gevonden had waarschijnlijk een herseninhoud van ongeveer 940 kubieke centimeter (cc). Dat in combinatie met een vrij modern dijbeen deed veel wetenschappers in het begin vermoeden dat de schedel en het dijbeen niet bij elkaar hoorden.

Nadat Dubois, na zijn terugkeer naar Nederland in 1895, veel conferenties en musea had afgelopen met zijn fossielen waren de meeste van hen echter overtuigd. Er verschenen veel publicaties over de nieuwe fossielen en sommige daarvan waren niet naar de zin van Dubois. Dubois trol zich terug en zijn nam daarbij zijn fossielen mee. Ruim twintig jaar lang liet hij er geen mens naar kijken. Hij hield de fossielen verborgen onder de planken van de vloer in de eetkamer van zijn woning in Haarlem. Pas in de jaren twintig kwamen de fossielen weer te voorschijn. Tegenwoordig zijn te zien in het Naturalis in Leiden. Eugene Dubois overleed in december 1940 op 82 jarige leeftijd.


Peking Mens Tegen de tijd dat de Pithecanthropus fossielen weer voor het voetlicht kwamen was een Europees team onder leiding van Zweedse wetenschappers opgravingen begonnen in China. De Zweden hadden door de inzet van Johan Gunnar Andersson een monopoly weten te bemachtigen voor zoeken naar fossielen in China. In hun zoektocht naar fossielen deden zij ook een oude mijnbouwgroeve aan, Chou Kou Tien genaamd. Deze locatie, vlak bij Beijing, heet tegenwoordig Zhoukoudian.

Al snel werden er in Zhoukoudian stenen werktuigen gevonden. De eerste fossielen van wat later Peking mens genoemd zou worden, werden gevonden door een Oostenrijkse paleontoloog, Otto Zdansky. Zdansky deed zijn vondst in 1921, maar hield zijn vondst geheim tot 1926. Zijn vondst bestond uit twee hominide tanden.

Deze vondst wekte het enthousiasme van een zekere Davidson Black, een Canadese professor in de anatomie bij het Peking Union Medical College (PUMC). Black wist een toelage te bemachtigen van de Rockefeller Foundation en sloot zich aan bij de Zweden. Een verdere studie van de twee tanden deed Black besluiten een nieuwe soort in het leven te roepen: Sinanthropus pekinensis. Twee tanden was wel een beetje erg mager en de nieuwe soort werd dan ook door bijna niemand geaccepteerd.

Dat veranderde echter toen in 1929 een hersenpan werd gevonden van een Sinanthropus. De vondst was de eerste van een groot aantal ontdekkingen, dat samen bekend zou worden als de Peking Mens fossielen. Davidson Black leed al sinds zijn geboorte aan een hartafwijking. Hij overleed in 1934, slechts 49 jaar oud. Zijn werk in Zhoukoudian werd tijdelijk overgenomen door de Franse JezuÔet en paleontoloog Pierre Teilhard de Chardin. (Teilhard de Chardin was tevens een van de mensen die betrokken was bij het Pildown schandaal, hij vond een tand van de Piltdown mens en sommigen beschuldigen hem ervan dat hij bij het complot betrokken was)

In 1935 gaf Teilhard de Chardin het roer over aan Franz Weidenreich, een Duitse anatomist van Joodse afkomst. Weidenreich was de spanningen in eigen land ontvlucht en had een aanstelling aan het PUMC aanvaard. Meteen in 1936 werd er een spectaculaire vondst gedaan, een vrij complete schedel. De vreugde was echter maar van korte duur. Het volgende jaar zou het laatste jaar van opgravingen zijn. De Tweede Wereld Oorlog begon en het Japanse keizerrijk rukte op richting China.


Kinderen van IsraŽl Zoals gezegd denken we bij vondsten in AziŽ meteen aan China en IndonesiŽ. Maar AziŽ is ontzettend groot en ook op andere plaatsen werden menselijke fossielen gevonden. In IsraŽl bijvoorbeeld. Hoewel IsraŽl geografisch gezien in AziŽ ligt het qua flora en fauna in het verlengde van Afrika. De eerste hominiden die Afrika verlieten kwamen bijna zeker door IsraŽl en dat maakt vondsten in deze regio altijd spannend.

Toen de eerste fossielen gevonden werden sprak men echter nog niet over IsraŽl, maar over Palestina. Het was 1925 toen een Engelse archeoloog Francis Turville-Petre een deel van een schedel vond in de Zuttiyeh grot. Bij de fossielen werden de werktuigen gevonden die veel leken op die van de Europese Neanderthalers. Ook de forse wenkbrauwboog en het rubuuste uiterlijk wijzen naar deze groep. De Zuttiyeh mens was de eerste Neanderthaler die buiten Europa gevonden werd.

In 1929 deed een team van de Cambridge universiteit, onder leiding van Dorothy Garrod, opgravingen in Mugharet et-Tabūn, een grot aan de voet van de Karmel berg. Ook Zij vonden Neanderthal fossielen. Hetzelfde team vond in 1932 in een grot, Mugharet et-Skhūll, een paar kilometer verderop een aantal fossielen met een modern uiterlijk.

De twee vindplaatsen waren ongeveer even oud en in beide grotten werden dezelfde soort werktuigen gevonden. In eerste instantie werden de fossielen uit beide grotten als Neanderthalers geclassificeerd. In een latere evaluatie van de fossielen bleek dat de Skhūll fossielen, hoewel ze een aantal primitieve eigenschappen vertonen, toch tot Homo sapiens gerekend moeten worden. Dat betekent dus dat de moderne mens en de Neanderthalers rond die tijd in hetzelfde gebied woonden. Ze kunnen elkaar dus zijn tegengekomen.


Weer Java Zon veertig jaar na de Pithecanthropus vondsten van Dubois, stond er weer wat te gebeuren op Java. Gustav Heinrich Ralph von Koenigswald trad in 1930 in dienst van de Nederlandse Geologische dienst. Zijn opdracht was om een beschrijving te maken van de stratigrafische formaties op Java ten tijde van het Pleistoceen. Deze beschrijving was nodig om de fossielen die op Java werden gevonden goed te kunnen dateren. Von Koenigswald maakte deel uit van het team van Cornelius van Haar dat tussen 1931 en 1933 een groot aantal schedels vond bij Ngangdong aan de Solo rivier. In 1936 werd er bij Modjokerto een schedel gevonden van een kind. Von Koenigswald werd gevraagd het fossiel te beschrijven. Daarmee had hij de smaak te pakken.

In 1937 kreeg hij een toelage van de Carnegie foundation. Met dit geld kon hij onafhankelijk van de Geologische dienst op zoek gaan naar fossielen. Binnen een paar maanden vond hij zijn eerste fossiel, een stukje van een onderkaak. Het was voor Von Koenigswald meteen duidelijk dat het hier om Pithecanthropus ging, de soort die bijna vijftig jaar eerder door Dubois ontdekt was. Hij stuitte daarbij meteen op weerstand van diezelfde Dubois. Von Koenigswald liet zich daardoor niet uit het veld slaan en zocht door. Hij vond in de twee jaar daarop de overblijfselen van zes individuen.

Zijn inspanningen bleven niet ongemerkt. In 1939 nodigde Weidenreich Von Koenigswald uit naar China te komen om zijn fossielen te vergelijken met de Pekingmens fossielen. Het klikte meteen tussen Weidenreich en Von Koenigswald. Samen kwamen zij tot de conclusie dat Java mens en Peking mens tot dezelfde soort behoorden: Pithecanthropus.


Teshik Tash Er wordt van de Neanderthalers vaak gedacht dat ze zich alleen in Europa konden handhaven. Homo sapiens wordt dan gezien als de wereldreiziger. In 1938 werd er echter een opmerkelijke vondst gedaan. Zoals gezegd was de vondst van de Tabūn Neanderthalers de eerste Neanderhal vondst buiten Europa. De reikwijdte van deze voorouder werd echter enorm uitgebreid toen een team onder leiding van Sovjet geleerde Aleksei Okladnikov de fossielen van een negenjarige jongen werd ontdekt in Teshik Tash. Teshik Tash is kleine grot, zon 350 kilometer ten zuidwesten van de Oezbeekse hoofdstad Tashkent. De grot ligt in een bergachtig gebied op een hoogte van 1500 meter. De locatie van deze vindplaats geeft eens te meer aan dat de Neanderthalers in de meest onherbergzame gebieden konden overleven.

Hoewel het om een kind gaat zijn de Neanderthal kenmerken al duidelijk te zien. Het kind was duidelijk begraven. Okladnikov vond zes paar hoorns van steenbokken die in een kring om het lijk stonden. Het heeft er alle schijn van dat deze hoorns hier opzettelijk waren geplaatst. De vondst van een dergelijke begrafenis is een van de beste bewijzen dat Neanderthalers rituelen kenden en rouwden om hun doden.


Volgende pagina: Een mysterieuze verdwijning