De eerste Paranthropus werd in 1938 in Kromdraai gevonden door een schooljongen, Gert Terblanche, die het fossiel aan Robert Broom liet zien. Robert Broom was een fossielenjager, hij had twee jaar eerder het fossiel van de eerste volwassen Australopithecus africanus gevonden en was op zoek naar meer bewijs voor zijn stelling dat deze aapachtige wezentjes wel degelijk de voorouders van de mens waren. Broom's Paranthropus robustus had grote kaken en enorme kiezen, maar hij was tweebenig.
Paranthropus was echter voor de meeste geleerden niet afwijkend genoeg
om een eigen geslachtsnaam te krijgen, hij werd omgedoopt tot
Australopithecus. Een dikke 20 jaar later vond Mary Leakey in de
Olduvai Gorge, ook een robuuste hominide. Deze Australopithecus
boisei was mogelijk nog robuuster dan de robustus fossielen. De
laatste robuuste Australopithecus soort werd ontdekt door Alan
Walker. De zwarte schedel (Black Skull) was robuuster dan alle
fossielen die tot dan toe ontdekt waren. Deze schedel hielp de
robuuste Australopitheken hun eigen geslachtsnaam terug te
winnen: Paranthropus.
De Paranthropen leefden waarschijnlijk van harde noten en
wortels. Hun gebit en kaken wijzen er op dat zij zeer goed
konden kauwen. Op hun schedel loopt een extra rand waar de
kaakspieren aan vast zaten, alles op hun schedel was aangepast
om krachtig te kunnen kauwen. De Paranthropen worden gezien als
een zijtak in onze evolutie.
![]() |




